Kostenverdeelsleutel versus woonoppervlakte

Datum 25 / 05 / 2018

aanspraelijkheid van VvE-beheerder

Door Silvana Visser

In lijn met de eerdere jurisprudentie zijn recent twee uitspraken gepubliceerd waarin is bevestigd dat de akte van splitsing leidend is voor de kostenverdeling binnen de VvE. Ofwel, ‘akte is akte’.

In de eerste kwestie van de rechtbank Amsterdam van 16 april 2018 was in 1994 tot een van de akte afwijkende kostenverdeling besloten. Vervolgens werd in 2017 besloten weer aan te sluiten bij de verdeelsleutel die voortvloeit uit de akte van splitsing. Tevens werd besloten niet over te gaan tot wijziging van de akte van splitsing, in die zin dat de afwijkende kostenverdeling uit 1994 daarin zou worden vastgelegd.

De rechter oordeelde dat het besluit uit 1994 geen zogeheten goederenrechtelijke werking heeft. Er is toen immers niet overgegaan tot wijziging van de splitsingsakte via de notaris. De gewenste wijziging van de kostenverdeling geldt daarom niet tussen de eigenaren. Daarnaast is het besluit om terug te keren naar de situatie in de akte volgens de rechter niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Dit is zelfs niet zo indien de breukdelen in de akte niet overeenkomen met de woonoppervlakte van het appartement.

Vergelijkbaar oordeelde de rechtbank Noord Holland in haar uitspraak van 24 april 2018. Ook hier werd vernietiging gevraagd van het besluit om niet over te gaan tot wijziging van de akte van splitsing. In die akte kwamen de breukdelen niet overeen met de woonoppervlakte van de appartementen in vierkante meters. Voor alle appartementen gold namelijk dat de maatvoering onjuist in de splitsingsakte was vermeld. In alle gevallen was in werkelijkheid sprake van een kleiner oppervlakte. Reden voor één van de eigenaren om zijn verschuldigde maandelijkse (voorschot)bijdrage naar rato te verminderen. De VvE hield echter vast aan de kostenverdeling in de akte van splitsing.

De rechter oordeelde dat aan de VvE een zekere beleidsvrijheid toekomt. Het besluit om de akte niet aan te passen, was daarom niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid. De eigenaar was zodoende de volledige maandelijkse (voorschot)bijdrage conform de akte aan de VvE verschuldigd.

Dit bericht is geplaatst in Rechten vve, Reservefonds, Servicekosten, Splitsingsreglement. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *